Theo de Boon: 'Iets meer vooruit spelen met Meerkerk'

Theo de Boon: 'Iets meer vooruit spelen met Meerkerk'

12 september 2015 8:45


MEERKERK – Theo de Boon volgde halverwege vorig seizoen op sportpark ’t Hoog de vroegtijdig aan de kant gezette Roger d’Hollosy op. De ervaren inwoner van Sleeuwijk kreeg de zware opdracht om de geelzwarten te behouden voor de tweede klasse. De 45-jarige oefenmeester klaarde, weliswaar via de nacompetitie ten koste van Perkouw en Woudrichem, de klus.

“Missie geslaagd, nu doorpakken”, begint Theo de Boon gedreven aan het nieuwe voetbalseizoen. “Een concrete doelstelling wil ik niet noemen, die is voorbehouden aan mijn spelersgroep. Maar minimaal 40 punten moeten we wel zien te halen. SV Meerkerk zit de laatste jaren in een neerwaartse spiraal. Een paar seizoenen geleden eindigde de club nog in de subtop van de tweede klasse. Maar na twee keer een zesde plaats, een achtste plek en afgelopen seizoen de elfde positie moet de ommekeer komen.”

Niet alleen voor Meerkerk, maar ook voor de oefenmeester zelf. “Na jaren in de top van het amateurvoetbal te hebben getraind, voelde ik mij ik januari absoluut niet te groot voor SV Meerkerk. Maar de tweede klasse is voor mij wel de ondergrens.”

DS’79
“Ik ben geboren in Hardinxveld en heb daar ook mijn meeste voetbaljaren doorgebracht. Na vijf jaar en een semi-profcontract bij DS’79, waar ik speelde met Michel Langerak en Marco Boogers, koos ik voor mijn maatschappelijke carrière en besloot terug te keren naar de Sluisweg. Aanbiedingen van Heerjansdam en het Belgische Zwarte Leeuw legde ik naast mij neer. Jan Everse werd trainer bij de zondag en de vereniging bood mij de mogelijkheid om trainerspapieren te halen.”

De terugkeer op de Hardinxveldse velden was van korte duur. “Ik scheurde werkelijk alles af in mijn knie en na een langdurige revalidatie was het in de tweede wedstrijd weer prijs en dat betekende einde voetballoopbaan. Ondertussen trainde ik jeugdelftallen en toen mijn talentvolle A-jeugd werd overgeheveld naar de A-selectie schoof ik mee door.”

Legendarisch
De jonge De Boon verliet na drie mooie jaren zijn vertrouwde voetbalomgeving en koos voor Sleeuwijk. “In het tweede seizoen werden we kampioen. De legendarische kampioenswedstrijd tegen Zuilichem, 11-0 winst, vergeet ik nooit meer. De eerdere bekerwinst op Groote Lindt viel op en ik werd gevraagd in Zwijndrecht trainer te worden. Dat was andere koek dan dorpsclub Sleeuwijk. Ik kreeg te maken met oud-profs Milko Pieren en Curtis Martels in mijn selectie. Helaas ging in het tweede seizoen de geldkraan dicht. Met ondertussen TC1 in bezit kon ik trainer worden bij TOGR in Rotterdam. Bij deze echte familieclub speelden we twee jaar in de hoofdklasse, toen het hoogste amateurniveau, want de Topklasse had je toen nog niet. Prachtige potjes tegen bijvoorbeeld Katwijk, Lisse en ook Kozakken Boys.”

Zwart randje
Na drie jaar aan de Charloise dijk koos De Boon bewust voor een club dichterbij huis, Nieuw-Lekkerland. “Een fantastische vereniging, waar ik in mijn tweede seizoen via de nacompetitie promoveerde. Een week na een geweldig feest werd ik ontslagen en dat had niets met voetbal te maken. Dat ontslag had toch wel een zwart randje.”

Later bij RVVH en Capelle overkwam hem hetzelfde. “Tsja, je leert bij dergelijke topamateurploegen de andere kant van het trainingsvak kennen. Niet het bestuur, maar sponsors beslissen over jouw toekomst. Na tien jaar wilde ik terug naar mijn vertrouwde Alblasserwaard en het echte amateurwereldje.”

De Boon wist niet gelijk een club te vinden en ging spelers scouten bij Kozakken Boys.

Overleven
“Toen SV Meerkerk belde of ik de ontslagen Roger d’Hollosy wilde opvolgen, heb ik geen moment getwijfeld. Meerkerk is een echte dorpsclub, zoals amateurvoetbal behoort te zijn. Dat merkte ik gelijk bij de eerste trainingen. Op donderdagavond zit de kantine nog ouderwets vol. Ik schrok wel. De spelersgroep had haar nek uitgestoken en wilde niet verder met de trainer. De prestatiedrang was er wel, maar de conditie was schrijnend en de teamorganisatie matig. De eerste twee oefenwedstrijden waren niet om aan te zien, we verloren dan ook van derdeklassers. De lange winterstop kwam als geroepen. Met veel en vooral hard trainen, maar ook in diverse oefenpotjes, heb ik een vaste speelwijze ontwikkeld. Noodgedwongen speelden we zonder risico en puur op resultaat. Het was simpelweg overleven.”

De Boon heeft weinig behoefte om daar verandering in aan te brengen. “Ik ken mijn spelers en omdat we geen echte vleugelspelers hebben, houd ik vast aan 4-4-2. Een echte voorbereiding op het nieuwe seizoen om de spelers te leren kennen heb ik ook niet nodig. Wel gaat de intensiteit op de trainingen omhoog, waardoor ik hopelijk iets meer vooruit kan spelen.”

bron: Theo Sprong
foto: Rick den Besten
Regio Voetbal

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!